De goeie nieuwe tijd

In een jaar waarin het nieuws werd overheerst door pandemie en polarisatie zou je bijna gaan denken dat de wereld langzaam vergaat en dat vroeger alles beter was. Maar zoals de columnist Franklin P. Jones ooit opmerkte: “De goede oude tijd is vooral te danken aan een slecht geheugen.”

Als je zoiets opschrijft, voel je meteen de drang om je te verontschuldigen. Om uit te leggen dat als je erop wijst dat veel dingen nu beter gaan dan vroeger, dat niet betekent dat je geen oog hebt voor individueel leed, de onnoemelijke wreedheden die mensen dagelijks over de hele wereld worden aangedaan, of de immens grote uitdagingen van klimaatverandering die ons boven het hoofd hangen. Ook voel je op het moment dat je een optimistisch stukje wilt schrijven de angst dat je wordt afgeschilderd als naïef en onwetend, zeker als de toekomst minder rooskleurig uitpakt dan jij suggereert.

Het is ook veel makkelijker om over negatieve gebeurtenissen te schrijven, omdat ze nou eenmaal veel meer opvallen. Catastrofes en calamiteiten, ongelukken en ontberingen. Ze zijn vaak groots en spectaculair. Vooruitgang verloopt daarentegen meestal traag en onopgemerkt. Via incrementele stappen, die individueel te klein zijn om in het oog te springen en alleen via het ‘groei op groei’ effect na decennia opstapelen tot een opzienbarend resultaat. Dat is al het geval sinds mensenheugenis. De opbrengst van de akkerbouw verbeterde door de incrementele kennis en ervaring van onze voorvaderen zo langzaam dat het verschil pas na generaties in de maag werd gevoeld, terwijl een enkele, oogstvernielende storm tot acute hongersnood kon leiden. Evolutionair gezien zijn we daarom als nieuws consument ook meer geïnteresseerd in aanstormend onheil dan in geleidelijk succes.

Het is kortom veiliger en makkelijker om een pessimistische schrijver te zijn, zeker in een jaar waarin we een stormvloed aan slecht nieuws voor de kiezen kregen. Aan de andere kant hadden we dit jaar ook de tijd om juist voorbij het nieuws te kijken. Om na te denken en te lezen over niet alledaagse zaken en op die manier de kans te vergroten op een positief perspectief. Zo stuitten wij tijdens de eerste lockdown toevallig op tegen een aantal artikelen over de tweede wet van de thermodynamica. Voor degenen bij wie, net als bij ons, de natuurkunde lessen van de middelbare school wat zijn weggezakt: deze tweede wet stelt dat binnen een systeem de entropie (in praktische zin meestal vertaald als ‘wanorde’ of ‘chaos’) altijd zal toenemen.

Dat komt omdat de kans op wanorde veel groter is dan de kans op orde. Als je bijvoorbeeld een puzzel hebt gemaakt die je voorzichtig in doos legt en dan flink schudt, is de kans vrijwel 100 procent dat de puzzel in stukjes uit elkaar valt. Maar als je die losse puzzelstukjes nog eens door elkaar schudt, is de kans vrijwel nihil dat er ooit weer een hele puzzel uit tevoorschijn komt. Een puzzel maken kost aandacht en energie, maar hem in de war gooien is een fluitje van een cent. (Zo kost het opruimen van je keuken ook tijd en energie, maar laat je kinderen er een taart in bakken en het is zonder enige moeite meteen weer een bende. In plaats van boos te worden kun je op zo’n moment dus beter enthousiast roepen: “Kijk jongens, entropie!”)

Waarom is die tweede wet nou interessant als je het hebt over de media-aandacht voor tegenslagen ten opzichte van vooruitgang? Omdat deze wet aantoont dat verbetering en progressie veel uitzonderlijker zijn dan wanorde en chaos. Chaos, met andere woorden negentig procent van het nieuws waar we dagelijks op getrakteerd worden, is tenslotte een resultaat waar je geen enkele moeite voor hoeft te doen. Orde daarentegen vergt intelligentie en toewijding en is daarmee juist veel interessanter om te analyseren.

Dit inzicht was voor ons aanleiding om op onderzoek te gaan naar dingen die goed gaan in de wereld. Ontwikkelingen waar we met zijn allen juist blij van kunnen worden en misschien zelfs trots op kunnen zijn. Tijdens die zoektocht kwamen we al snel terecht bij “Verlichting nu”, het meest recente boek Steven Pinker, dat we je van harte aanbevelen.

We waren al enthousiast toen we lazen dat Bill Gates dit boek “My new favorite book of alltime” noemde, maar we waren helemaal om toen we erachter kwamen dat ook Pinker fan is van de tweede wet van de thermodynamica (dat kan geen toeval zijn!). In de inleiding schrijft hij bijvoorbeeld: “In een wereld die wordt geregeerd door entropie, behoeven zaken als armoede eigenlijk geen uitleg. Het is de standaardtoestand van de mensheid. Materie vormt zich tenslotte niet vanzelf tot onderdak of kleding, en levende wezens doen er alles aan om te voorkomen dat we ze als voedsel gebruiken. Adam Smith wees er niet voor niets al op dat niet armoede, maar rijkdom hetgene is wat verklaard moet worden.”

In dit boek, dat Pinker de ondertitel “Een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang” heeft gegeven, beschrijft hij de vooruitgang die door de jaren is bereikt op allerlei verschillende gebieden: van veiligheid en vrede, tot gezondheid en geluk. Van welvaart en ongelijkheid tot klimaat en democratie. Pinker bedelft je met feiten en grafieken en schrijft meeslepend en ja, optimistisch, maar zonder moeilijke vragen uit de weg te gaan.

Dat betekent niet dat het een makkelijk boek is om te lezen, en niet iedereen zal in alle onderwerpen en intellectuele zijsprongen geïnteresseerd zijn. Maar als je je wilt verdiepen in bepaalde thema’s, ze in historisch perspectief wilt plaatsen of je afvraagt of het inderdaad zo slecht gaat als de nieuwsberichten doen vermoeden, dan raden we je van harte aan om het relevante hoofdstuk eens te bestuderen.

Een voorbeeld: voor iedereen die zich afvraagt of we ooit weer in een wereld zullen leven zonder de constante dreiging van een nieuwe (gemuteerde) Corona uitbraak of andere pandemie, is het interessant om te lezen over ziekten die we in het verleden de baas zijn geworden. Neem de pokken. Als je die ziekte op Wikipedia opzoekt dan begint de beschrijving als volgt: “Pokken of (variola) was een uiterst besmettelijke en levensbedreigende virusziekte die de mensheid millennia heeft geteisterd.”

Pinker schrijft in het hoofdstuk over gezondheid over die specifieke zin op Wikipedia het volgende: “Inderdaad, ‘pokken wás’. De ziekte die is vernoemd naar de pijnlijke blaasjes die de huid, mond en ogen van het slachtoffer bedekten en die in de twintigste eeuw meer dan driehonderd miljoen mensen het leven heeft gekost, bestaat niet meer. (De laatste diagnose werd in 1977 in Somalië gesteld.) Voor deze verbluffende morele overwinning zijn we onder andere dank verschuldigd aan Edward Jenner, die in 1796 het pokkenvaccin ontdekte, de Wereldgezondheidsorganisatie, die in 1959 het ambitieuze doel stelde de ziekte uit te roeien, en William Foege, die ontdekte dat het vaccineren van kleine maar strategisch gekozen delen van de kwetsbare bevolkingsgroepen voldoende was om de ziekte effectief te bestrijden.”

Pinker steekt in het boek onbeschaamd de loftrompet op over de vele bijzondere, maar vaak vergeten wetenschappers als deze Jenner en Foege en de vooruitgang die ze hebben teweeggebracht. Zo schrijft hij bijvoorbeeld ook over Carl Bosch, die in 1909 “een proces vervolmaakte dat was uitgevonden door Fritz Haber en waarbij door middel van methaan en stoom stikstof uit de lucht werd gehaald en op industriële schaal werd omgezet in meststof. Het proces verving de reusachtige hoeveelheden vogelpoep die tot dan toe nodig waren om stikstof terug te brengen naar uitgeputte grond. Deze twee scheikundigen staan met 2,7 miljard geredde levens boven aan de lijst van wetenschappers uit de twintigste eeuw die de meeste levens ooit hebben gered.”

Dagen Decennia

Economen gebruiken vaak een ietwat simplistische manier om de vooruitgang te meten, namelijk door te kijken naar de ontwikkeling van het wereldwijde inkomen dat we met zijn allen genereren. Als we 2020 afsluiten met economische krimp – en er moet een wonder gebeuren wil dat niet het geval zijn - wordt dit slechts het tweede jaar sinds de Tweede Wereldoorlog waarin we wereldwijd minder verdienden dan het jaar ervoor. Het enige andere jaar in de afgelopen zeven decennia (!) waarin dat gebeurde was 2009.

Er is uiteraard veel aan te merken op deze nogal rudimentaire en puur financieel gedreven meetlat van vooruitgang. Door alleen naar het totale inkomen te kijken maskeer je de onderliggende ongelijkheid. En toenemende welvaart betekent niet automatisch toenemend welzijn. (Ook deze onderwerpen heeft Pinker uitgebreid onderzocht en de uitkomst zou je best eens kunnen verbazen.) En uiteraard moeten we niet vergeten dat obsessieve focus op groei van inkomen ook schaduwkanten heeft. Dat brengt ons bij het onderwerp dat bij veel mensen tot de meeste negatieve of zelfs hopeloze gevoelens leidt: klimaatverandering. Pinker windt er geen doekjes om. Hij schrijft: “De mens is nooit eerder met zo’n gigantisch probleem geconfronteerd.”

Het boek biedt vanzelfsprekend geen panklare oplossingen en geeft geen simpele garanties dat we dit probleem zullen oplossen. Om een gevoel van proportionaliteit te houden is het wel interessant om ook hier eerst naar de historische context te kijken. In het verleden waren er ook serieuze milieuproblemen die jarenlang het nieuws domineerden, zoals bijvoorbeeld zure regen en het gat in de ozonlaag. Het feit dat die problemen door innovatie vrijwel volledig zijn opgelost geeft wat hoop en maakt het interessant om na te denken over mogelijke ontwikkelingen die ons zouden kunnen helpen om het huidige, veel omvangrijkere klimaatprobleem te overwinnen.

Pinker beschrijft een hele reeks van mogelijke technologieën die ons daarbij zouden kunnen helpen. Bovenaan zijn lijst staat kernenergie: “Kernenergie [...] heeft de ultieme energiedichtheid, want in een kernreactie van een hele kleine hoeveelheid massa komt een immense hoeveelheid energie vrij (E = mc2 – de energie die vrijkomt is evenredig met het kwadraat van de lichtsnelheid). Het winnen van kernenergie uit uranium is veel minder schadelijk voor het milieu dan het winnen van energie uit steenkool, olie of gas, en de kerncentrales zelf nemen ongeveer een vijfhonderdste van de hoeveelheid grond in beslag die nodig is voor wind- of zonne-energie. Kernenergie is vierentwintig uur per dag beschikbaar en kan worden aangesloten op energienetwerken die geconcentreerde energie leveren waar die maar nodig is. Kernenergie heeft een lagere koolstofvoetafdruk dan zonne- energie, waterenergie en biomassa en is bovendien veiliger.”

Hij beschrijft vervolgens waarom de nieuwste technologieën ervoor zorgen dat kernenergie vele malen veiliger is dan het gebruik van conventionele energiebronnen en dat we zelfs het probleem van kernafval vrijwel geheel kunnen mitigeren en sluit het onderwerp als volgt af: “De voordelen van geavanceerde kernenergie zijn niet te tellen. Bij de meeste pogingen om klimaatverandering tegen gaan wordt opgeroepen tot politieke ingrepen (zoals CO2- heffing) die controversieel blijven en moeilijk wereldwijd te implementeren zullen zijn, zelfs bij de meest rooskleurige scenario’s. Een energiebron die goedkoper, compacter en schoner is dan fossiele brandstoffen zou zichzelf verkopen zonder dat er enorme politieke wilskracht of internationale samenwerking voor nodig zou zijn. [...]Het team dat de wereld schone energie in overvloed bezorgt zal de mensheid meer ten goede komen dan alle heiligen, helden, profeten, martelaren en laureaten uit de hele geschiedenis bij elkaar.”

Zo zouden we nog pagina’s vol kunnen schrijven over alle mogelijke vormen van wetenschappelijke vooruitgang die Pinker beschrijft en de niet te verwaarlozen uitdagingen waar we nog voor staan om die vooruitgang verder uit te bouwen. Maar we hebben tegen onze gewoonte in hier al een te lang verhaal van gemaakt. Als je interesse is gewekt, zijn de komende dagen misschien een mooie gelegenheid om zelf verder te lezen.

Wat we wel nog graag met iedereen willen delen is het einde van het boek. Dit slotbetoog van Pinker is misschien naïef, misschien (te) optimistisch en het schopt de pessimisten onder ons misschien tegen het zere been. Maar hoop en optimisme, zeker als het onderbouwd is door een overvloed aan feiten en wetenschappelijk inzicht, leek ons een mooie manier om 2021 in te luiden:

Het verhaal over menselijke vooruitgang is [..] heroïsch. Het is glorieus en prachtig. Ik durf zelfs te zeggen dat het spiritueel is. Het gaat ongeveer zo:

We zijn geboren in een meedogenloos universum, waar de kans op orde die leven mogelijk maakt heel klein is en waar we voortdurend gevaar lopen naar de haaien te gaan. We zijn gemaakt van ‘krom hout’, kwetsbaar voor illusies [ook op beleggingsgebied ;-)], egoïsme en soms verbijsterende stompzinnigheid. Maar de menselijke natuur is ook gezegend met hulpmiddelen die ruimte creëren voor een soort verlossing. We zijn begiftigd met het vermogen om ideeën recursief te combineren, om na te denken over onze gedachten. We hebben taalinstinct, dat ons in staat stelt de vruchten van onze ervaring en ons vernuft te delen. We worden als het ware verdiept door ons vermogen tot mededogen – tot medelijden, inleving, compassie, begaanheid.

Deze gaven hebben manieren gevonden om hun eigen macht te vergroten. Het bereik van taal is toegenomen door het geschreven, gedrukte en elektronische woord. Onze cirkel van mededogen is uitgebreid door de geschiedenis, de journalistiek en de verhalende kunst. En onze nietige rationele vermogens zijn vermenigvuldigd door de normen en instituties van de rede: intellectuele nieuwsgierigheid, open debat, een sceptische houding jegens autoriteit en dogma’s, en de bewijslast om ideeën te verifiëren door ze te toetsen aan de realiteit.

Naarmate de spiraal van recursieve verbetering meer vaart krijgt, behalen we de ene overwinning na de andere op de krachten die ons aanvallen, niet in het minst de donkere kanten van onze natuur. We begrijpen steeds meer van de mysteries van de kosmos, inclusief leven en geest. We leven langer, lijden minder, leren meer, worden slimmer en genieten van kleine genoegens en rijke ervaringen. Er worden minder mensen vermoord, belaagd, tot slaaf gemaakt, onderdrukt of door anderen uitgebuit. Vanuit een paar oases breiden de gebieden waar vrede en voorspoed heersen zich uit, en op een dag bestrijken ze misschien wel de hele aarde. Er blijft veel lijden bestaan, evenals enorme gevaren. Maar er worden ideeën geopperd om ze te verminderen, en een oneindig aantal andere ideeën moet nog bedacht worden.

De wereld zal nooit volmaakt zijn, en het zou gevaarlijk zijn naar zo’n wereld te streven. Er zijn echter geen grenzen aan de verbeteringen die we kunnen realiseren als we kennis blijven toepassen om het menselijk gedijen te vergroten.

Dit heroïsche verhaal is niet slechts een van de vele mythes. Mythes zijn fictie, en dit verhaal is waar – waar voor zover wij weten met onze beste kennis, die de enige waarheid is die we hebben. We geloven het omdat we daar rédenen voor hebben. Naarmate we meer te weten komen, kunnen we aantonen welke delen van het verhaal waar zijn en welke niet – wat voor elk van die verhalen kan gelden, en wat ze allemaal kunnen worden. En het verhaal behoort niet toe aan één stam maar aan de gehele mensheid – aan elk schepsel met een bewustzijn en met het vermogen om te denken en de hardnekkige drang om te blijven bestaan. Je hebt er namelijk alleen maar de overtuiging voor nodig dat leven beter is dan dood, gezondheid beter dan ziekte, overvloed beter dan gebrek, vrijheid beter dan dwang, geluk beter dan lijden, en kennis beter dan bijgeloof en onwetendheid.”

We wensen je een gezond en gelukkig 2021 met een overvloed aan niet noemenswaardige vooruitgang en zo min mogelijk ‘nieuws’!

Marius en Jolmer

Columns

Alle columns
Op de automatische piloot
Column  |  03 maart 2021

Op de automatische piloot

Lees verder
Gamestop, maar geen game over
Column  |  03 maart 2021

Gamestop, maar geen game over

Lees verder
Hete handen
Column  |  02 februari 2021

Hete handen

Lees verder